Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met Little Greene. Wij ontvingen tien liter verf om zelf mee te werken. Wat we schrijven, bepalen we zoals altijd zelf.
Verf lijkt een onschuldige aankoop. Een paar blikken, een vrij weekend, en je kamer voelt weer als nieuw. Maar wie verder kijkt dan de kleurenwaaier, ontdekt dat verf een van de minst transparante producten in huis is. Wat zit erin, waar komt het vandaan en wat gebeurt er met alles wat overblijft? Alleen al in het Verenigd Koninkrijk blijft jaarlijks meer dan 50 miljoen liter verf ongebruikt achter, bestemd voor de verbrandingsoven of de vuilnisbelt. Reden genoeg om stil te staan bij de vraag: wat maakt verf eigenlijk duurzaam? En hoe maak je als consument de meest bewuste keuze die op dit moment mogelijk is?
Eerst even dit: 100% duurzame verf op grote schaal bestaat nog niet
Laten we beginnen waar veel verhalen over duurzame verf liever eindigen. Echt duurzame verf op grote schaal bestaat namelijk nog niet. Ook watergedragen en biobased verven bevatten in de meeste gevallen acrylaten: minuscule plastic deeltjes die de verf sterk en slijtvast maken, maar die als microplastics in het milieu terechtkomen. Zelfs wanneer die acrylaten van plantaardige grondstoffen worden gemaakt, blijft het een plastic. De hele verfsector is, van pionier tot gigant, nog zoekende.
Betekent dat dat kiezen geen zin heeft? Integendeel. Juist omdat perfect nog niet bestaat, doet het ertoe dat je de meest duurzame keuze maakt die wél mogelijk is. En daarvoor helpt het om te begrijpen dat duurzame verfmerken grofweg twee wegen bewandelen.
Twee scholen van duurzame verf
De eerste school zoekt duurzaamheid in de zuiverheid van de ingrediënten. Denk aan merken die werken met kalk, leem of plantaardige grondstoffen, waarbij de verf zo natuurlijk en soms zelfs biologisch afbreekbaar mogelijk is. Een prachtige route, die soms wel iets vraagt van de gebruiker: een andere uitstraling, een andere manier van aanbrengen, een ander verwachtingspatroon.
De tweede school zoekt duurzaamheid in levensduur en kwaliteit. De gedachte daarachter kennen we bij Soul Stores maar al te goed: het product dat duurzaam is in de letterlijke zin van het woord, is het product dat lang meegaat. Verf die beter dekt, betekent minder lagen en dus minder grondstoffen. Verf die slijtvast en wasbaar is, betekent langer wachten tot je opnieuw moet schilderen. En kleuren die tijdloos zijn, betekenen dat je minder snel uitgekeken raakt. Het Britse Little Greene is daarin misschien wel het beste jongetje van de klas.

Little Greene: duurzaam in kwaliteit en effort
Little Greene is een onafhankelijk familiebedrijf dat zijn verf en behang produceert in een eigen fabriek in Noord-Wales. Omdat ze alles in eigen productie hebben, kunnen ze korte lijnen onderhouden, werken ze met lokale leveranciers, en hebben ze de vrijheid om als familiebedrijf keuzes te maken die goed zijn voor het milieu en niet alleen voor de cijfers. Al in 2004 behaalde het bedrijf als een van de eerste verffabrikanten de Europese milieunorm ISO 14001.
De duurzaamheid zit bij Little Greene in de optelsom van keuzes. De watergedragen verven hebben een VOS-gehalte van vrijwel nul, waardoor ze nauwelijks oplosmiddelen aan de lucht afgeven en vrijwel geurloos zijn. De verven bevatten tot 40 procent meer pigment dan gangbare verf, waardoor je minder lagen nodig hebt. Drie afwerkingen zijn officieel gecertificeerd als kindveilig en dus geschikt voor de kinderkamer. Het papier voor het behang komt uit FSC- of PEFC-gecertificeerde bossen, waarbij voor elke gekapte boom vier nieuwe worden geplant. De blikken bestaan voor meer dan de helft uit gerecycled staal. En met de Re:mix-collectie herformuleert Little Greene geretourneerde en overgebleven verf tot nieuwe matte muurverf, waarmee jaarlijks zo’n 60.000 liter hoogwaardige grondstoffen van de verbrandingsoven wordt gered.
Wat het merk daarnaast bijzonder maakt, is het ambacht. Veel van het productieproces gebeurt door vakmensen in plaats van machines, tot het vullen van de samplepotjes aan toe. En de kleuren zelf komen deels voort uit archiefonderzoek met erfgoedorganisaties als de National Trust: tinten met een geschiedenis, die niet met de trends van één seizoen meewaaien. Ook dat is duurzaamheid, al staat het op geen enkel keurmerk.
Onze eigen ervaring
Vijf jaar geleden verfden we onze muur met de kleur Skimming Stone van Fairf. Die kleur was al snel iets te grijs voor ons, en een hoop plakkerige kinderhandjes en poloodstrepen later besloten we dan nu toch echt voor een andere kleur te gaan. Wij verfden met de tien liter die we ontvingen een muur van dertig vierkante meter, in de kleur Mushroom. Een veel warmere tint, maar nog neutraal genoeg om goed te matchen met de kleur Silking Room Pink die we op de andere muur hebben in onze woonkamer.

Wat ons als direct al opviel: geen chemische verfgeur, ook niet tijdens het schilderen. Dit hebben we zelfs niet met andere duurzame verfmerken ervaren. De verf dekte zo goed dat twee lagen ruim voldoende waren en we daarna zelfs verf overhielden voor latere bijwerkjes of het verven van een extra kleine muur. Bij de verf zat bovendien een fijn boekje met tips om zo duurzaam mogelijk met je verf om te gaan, van goed uitrekenen hoeveel je nodig hebt tot wat je met restjes doet. En de kleur? Daar krijgen we tot op de dag van vandaag complimenten over. Een tint die rust geeft en met het licht meebeweegt, en waarvan we ons niet kunnen voorstellen dat we er ooit op uitgekeken raken.




Het blijft een reis
In lijn met waar wij bij Soul Stores in geloven, transparant over wat goed gaat én wat beter kan, is het eerlijk om te benoemen dat ook Little Greene nog stappen te zetten heeft. De Re:mix-collectie is vooralsnog alleen in het Verenigd Koninkrijk verkrijgbaar. Claims als “de laagste eco-classificatie in de branche” komen van het merk zelf en zijn voor een consument lastig te controleren. En de acrylaat in de verf, die voor vrijwel de hele sector geldt, is ook hier nog niet opgelost. Dat maakt Little Greene niet minder interessant. Het plaatst het merk in een industrie die als geheel in transitie is, en waarin dit familiebedrijf aantoonbaar tot de voorhoede behoort.
Zo maak jij de meest duurzame keuze
Wat je ook kiest, de grootste duurzaamheidswinst ligt bij de bewuste keuzes die je als gebruiker maakt. Reken vooraf goed uit hoeveel verf je nodig hebt, bijvoorbeeld met een verfcalculator, zodat je niet bijdraagt aan die miljoenen liters ongebruikte verf. Kies kwaliteit die goed dekt en lang meegaat. Ook al lijkt de aanschafprijs hoger, het rendement per vierkante meter is ook hoger waardoor je minder liter nodig hebt dan bij een contentionele verf van de bouwmarkt. Kies een kleur waar je over vijf jaar nog blij van wordt, in plaats van de trendkleur van dit seizoen. En blijf je toch met restjes zitten? Doneer ze aan een buurtproject, school of vereniging, of bewaar ze goed afgesloten voor bijwerkjes.
Duurzame verf is, net als een duurzame bank of een duurzaam matras, geen kwestie van het blind volgen van één keurmerk of één merknaam. Het is de optelsom van een bewuste keuze vooraf, een product dat lang meegaat en zorgvuldig gebruik. En als een merk je daar actief bij helpt, met eerlijke informatie, degelijke kwaliteit en oog voor wat er na het schilderen gebeurt, dan is dat wat ons betreft een verhaal dat het vertellen waard is.
Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met Little Greene. Wij ontvingen tien liter verf om zelf mee te werken. Wat we schrijven, bepalen we zoals altijd zelf. Meer lezen over bewuste keuzes in huis? Lees ook: Duurzaam matras: hier kun je op letten en Tips voor een duurzame inrichting in huis.



